Rosie & Moussa: blokken uit een blokkendoos

  • 14/03/2018
  • W Interview
  • W Productie

Met Rosie & Moussa komt er opnieuw een Vlaamse film voor een jong publiek in de zalen. Dorothée van den Berghe (My Queen Karo) regisseerde, auteur Michael De Cock bewerkte zijn verhalen tot een scenario, en op de soundtrack hoor je o.a. Zwangere Guy en Le Motel. Naast de bekende gezichten in de cast, met o.a. Ruth Beeckmans en Titus De Voogdt, zijn er natuurlijk de jonge hoofdacteurs Savannah Vandendriessche (11 jaar) en Imad Borji (12 jaar). Zij hadden een grote impact op de totstandkoming van deze film, waarin kinderlijkheid en maturiteit hand in hand gaan. Rosie & Moussa speelt zich af in de grootstad, maar voor beide kinderen lijkt de Brusselse wijk Beekkant net een groot dorp.

Dorothée van den Berghe: We wilden die wereld van Rosie & Moussa tot twee straten beperken. Eerst vonden we die tunnel, die volgens mij op een rups leek – een element van schoonheid midden in een desolaat stukje Brussel. Alle andere locaties vonden we in dezelfde buurt: naast die tunnel stonden de torenflats waar Rosie en Moussa wonen, en van daaruit zie je de treinen rijden, die ook belangrijk zijn voor het verhaal. Die hele wereld, gesitueerd rond één pleintje, klopte volledig. De enige keer dat Rosie en Moussa de buurt verlaten, is wanneer ze naar de gevangenis gaan, en dat is een hele reis met de tram.

Dit is hun biotoop.

van den Berghe: Tijdens een casting vroeg ik kinderen uit de wijk Beekkant om hun buurt te beschrijven. Ze stonden zogezegd bovenop een dak en vertelden wat ze zagen. Imad (Borji, die Moussa speelt) beschreef de wijk exact zoals ik die in mijn hoofd had. Hij zag een enorme schoonheid in de plek waar hij is opgegroeid. Dat wilde ik in de film: de blik van een kind dat de situatie in de buurt niet problematiseert, zoals de volwassenen. Ooit maakte ik een documentaire over de Brusselse metro, en Beekkant was de enige halte die ik niet portretteerde, omdat iedereen mij afraadde om daar rond te hangen. Maar er is in zo’n wijk veel meer sociale cohesie dan ik had verwacht.


Ben jij een stadsmens?

van den Berghe: Ik ben in Gent geboren, daarna met mijn ouders naar Amsterdam verhuisd, en van daaruit naar Brussel. Ik hou enorm van steden.

Die grote woonblokken breng je prachtig in beeld als mastodontische geometrische figuren.

van den Berghe: Ik wilde werken met weinig elementen, die ik volledig kon uitpuren. Zoals een kind speelt met de blokken uit een blokkendoos, waren die tunnel en de torenflats de objecten uit mijn blokkendoos, waar ik vormelijk mee aan de slag kon.

Met kleurvlakken en strepen, die je eroverheen laat schuiven.

van den Berghe: Bij de eerste verkenning vond ik de buurt er grauw uitzien. Om de blik van kinderen te veruitwendigen, moesten we aan die grauwheid iets schilderachtigs toevoegen. Samen met Judith Vanistendael (illustratrice van de boeken) zocht ik naar een manier om dat ruwe neorealisme een vrolijke toets te geven. Risografie is een techniek, vergelijkbaar met de oude stencilmachine, waarbij je werkt met verschillende kleurlagen. We hebben allerlei figuren geprint en bewerkt op papier en daar via beeld- en kleurlagen een element van beweging aan toegevoegd.


Doorheen dat hele landschap rijden de treinen, die meer zijn dan ‘zomaar treinen’.

van den Berghe: Michaël de Cock vond het heel belangrijk om dat element uit de boeken te bewaren. Die treinen maken duidelijk dat je aan de beklemming van de buurt kan ontsnappen – je kan zomaar opstappen en je bent weg. Er zit een scène in de film waarin Rosie ervan droomt om op de trein te stappen, met Moussa als machinist.

Ook de muziek past bij dat grootstedelijke decor.

van den Berghe: Tijdens de casting beseften we dat voor jongens uit Molenbeek rapmuziek enorm belangrijk is. Imad nam thuis in z’n kamer ook muziek op waar hij overheen rapte. Maar zijn stijl was vrij heftig en agressief. Improviserend rond zijn raps hebben we enkele thema’s en citaten geselecteerd, die we voorlegden aan Fabien Leclerq van Le Motel. Zijn muziek is speels, stedelijk en filmisch tegelijk, en het klikte heel goed. Fabien is ook grafisch ontwerper - net zoals bij de riso’s werkten we ook in de klank met veel lagen boven elkaar.

In dat grote huizenblok vormt elk appartement een eigen wereld. Hoe heb je al die werelden visueel geaccentueerd?

van den Berghe: Dat was het leukste van de film! Liefst had ik een camera voor het gebouw gehangen, zonder voorgevel, zodat we net als in een poppenhuis in al die woningen konden binnen kijken. We accentueren het contrast tussen het kale appartement van Rosie en de drukte bij Moussa thuis. De scènes in het appartement van Mevrouw Hemelrijk waren een uitdaging om met zoveel mogelijk kleur te werken, zonder over-de-top te gaan.


De andere bijzondere locatie was het dak. Hoe was het logistiek om daar te draaien?

van den Berghe: De hel! Het is een gestoord idee om met kinderen hoog op een dak te gaan draaien. Iedereen was met kabels beveiligd en ik liep de hele tijd ‘pas op’ te schreeuwen. Ik heb hoogtevrees, het was voor mij een absolute verschrikking. Maar het was ook fantastisch: het uitzicht was heel rustgevend, alsof we met de crew een dagje aan zee waren. Tot Rosie en Moussa in één scène op de rand van het dak moesten gaan liggen. Dat was niet mijn lievelingsshot.  

Vertel eens over Titus, de kat van Moussa. Wat een geweldig beest!

van den Berghe: Ik zocht een speciale kat, maar deze was onhandelbaar. Ze krapte, en ze moest mee het dak op, aan een lijntje. Maar die kat bracht de jonge acteurs dichter bij elkaar. Savannah en Imad hadden qua achtergrond niet zoveel gemeen, maar zo’n dier zoog hen naar elkaar toe. Net zoals in de film.

Rosie is heel kinderlijk en tegelijk heel volwassen, Moussa is heel zelfzeker en tegelijk heel kwetsbaar. Je kan niet zeggen dat het ééndimensionale figuren zijn.

van den Berghe: Op die leeftijd zitten ze op een kantelmoment. Ik voelde al bij de casting dat die coole Imad nog een heel kinderlijke fantasie had. Daardoor kan hij nog geloofwaardig een kind spelen dat een kat knuffelt en ervan droom om machinist te worden. Dat kan je niet regisseren – je moet heel lang casten en wachten tot je de juiste vindt.

Het is een hele uitdaging om de complexe relatie tussen Rosie en haar vader te schetsen.

van den Berghe: Zo gauw ze elkaar ontmoeten, voel je de band: dezelfde humor, dezelfde fantasie,… Ik vond het geen eenvoudig thema. We hebben verschillende versies van het einde opgenomen en getwijfeld welke we moesten gebruiken: een zachte en een hardere versie. Michaël vond: kinderen groeien tegenwoordig wel vaker op met een afwezige vader, dat hoef je niet te verdoezelen. Zo schuren Rosie’s verbeelding en de harde realiteit zachtjes langs elkaar.


De vraag om de film te maken, komt van een kind?

van den Berghe: Ik las de verhalen voor aan mijn zoontje. Ze behandelden een verrassend zware thematiek, maar hij wordt op school vaker geconfronteerd met thema’s uit het boek. Hij was het die de gedachte hardop uitsprak: zou je hier geen film van maken?

En de jonge acteurs drukten mee hun stempel op het verhaal.

van den Berghe: Vooral Imad heeft veel invloed gehad op de inhoud. Hij woont in de buurt waar de film zich afspeelt en ik heb veel dingen met hem afgetoetst. Ook tijdens het draaien was hij heel belangrijk. Het was niet makkelijk werken in Molenbeek en hij was voor ons vaak de schakel tussen de crew en de buurt. Hij kende iedereen en heeft vaak bemiddeld.

Ook Savannah is op een bijzondere manier met de film verbonden.

van den Berghe: Haar moeder Charlotte Vanden Eynde speelde de hoofdrol in MEISJE, mijn eerste langspeelfilm. Toen ze met haar dochter naar de casting kwam, was dat voor mij een flashback. Op de set was het heel vreemd: ik verwarde Savannah vaak met haar moeder.